Jhonny,s Lancer Turbo in Auto Motor Klassiek

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down

Jhonny,s Lancer Turbo in Auto Motor Klassiek

Bericht  graafie op ma 24 okt 2011, 23:05


Een Mooi verhaal over de Lancer Turbo van Jhonny uit Vorden.
Het hele stuk met Foto's zijn te voklgen via deze link :
http://www.amyoungtimer.nl/mitsubishi-lancer-2000-turbo-oervader/206/


Mitsubishi Lancer 2000 Turbo: oervader.

Featured, Reportages | amyoungtimer | 23/10/2011 10:09 am

--------------------------------------------------------------------------------

Cliff Jacobs is er duidelijk over in zijn mail naar de redactie. De auto van zijn vader moet in een magazine komen te staan. Als hij mij vertelt dat zijn vader een originele Mitsubishi Lancer 2000 Turbo heeft ben ik het uiteraard onmiddellijk met ‘m eens.

In 1982 was het al geen eenheidsworst, zo’n Mitsubishi Lancer 2000 Turbo. Exacte cijfers zijn er niet voorhanden, maar liefhebbers spreken van totaal 1.250 gebouwde exemplaren, waarvan er ooit 107 naar Nederland gekomen zijn. Van die 107 exemplaren zijn er nog een stuk of zestien over. In de loop der jaren zijn er nog 11 auto’s uit andere landen geïmporteerd. Dat brengt het totaal nog bestaande en nog bekende in Nederland rijdende auto’s op27. Inde rest van Europa bestaan er bij elkaar nog een stuk of 25. Een kleine kansberekening leert mij dat het dus waarschijnlijker is om een Veyron tegen te komen op de weg dan een Mitsubishi Lancer 2000 Turbo. De auto kon met zijn 170 pk sterke tweeliter viercilinder turbomotor met gemak een Alfa Romeo GTV of een dikke BMW 3-serie de baas. Niet zo vreemd, want de auto woog amper duizend kilo. Zijn toenmalige nieuwprijs van dik 37.000 gulden, alsmede de in opkomst rakende en steeds strenger wordende emissiereguleringen zullen de oorzaken zijn geweest van de magere verkoopcijfers van de Lancer 2000 Turbo. De tweeliter motor, intern bekend als 4G63, is in 1982 geïntroduceerd in de Lancer Turbo als 4G63T. Dit zelfde blok ligt ook in de latere Lancers Evolution I-IX en (zonder turbo) in de Pajero en Eclipse. De Lancer 2000 Turbo was dus onvoorzien een trendsetter en als concept de feitelijke voorvader van de Evolutions.

Wie van de familie Jacobs het meest lyrisch is over de pikzwarte Lancer kan ik nog even niet duiden als ik uit de redactionele Benz diesel gestapt ben. Ik sta in Vorden, een klein dorp onder de rook van Zutphen. Ik ben blij dat ik ben aangekomen want de familie Jacobs woont in een soort labyrint waar ik straks weer op eigen kracht uit moet zien te komen. Zonder kleerscheuren ontsnappen uit de piramide van Cheops is eenvoudiger, vrees ik. De rode loper ligt letterlijk voor mij uitgerold en de koffie staat klaar. Voorwaar een hartelijke ontvangst. Als verrassing staat er zowaar ook nog een tweede, witte Lancer 2000 Turbo. Dat is voor de plaatjes bij dit artikel natuurlijk geweldig want dan heb ik in één beeld alle ooit geleverde kleuren gevangen. Eigenaar Johnny Jacobs begroet mij hartelijk en stelt me voor aan aanstichter Cliff en zijn andere zoon Glenn. Cliff deelt de passie voor de Lancer met zijn vader, maar Glenn heeft een zwak voor alle soorten en maten tractoren. ‘Dat komt nooit meer goed,’ aldus Jacobs senior. ‘Dat zit té diep bij Glenn’. Onterven, huisarrest of negeren: het biedt allemaal geen soelaas.



Op het pad voor de garage staat de Lancer van Johnny. Pikzwart met de originele oranje striping. Op de rand van de spoiler staat, in spiegelbeeld, de tekst ‘2000 Turbo’. Naar goed Japans gebruik is dit designtechnische hoogstandje al eens eerder op een bijzondere auto toegepast, namelijk de BMW 2002 Turbo. Als copycatten strafbaar was geweest dan had half Japan inmiddels een paar jaar moeten brommen, maar bijna dertig jaar na dato zal niemand het de ingenieurs van Mitsubishi nog kwalijk nemen. Het is zelfs een alleraardigst detail aan de auto. In één oogopslag is aan de auto te zien dat Johnny Jacobs zijn hobby serieus neemt. Ieder plaatdeel is snaarstrak en iedere lichtmetalen velg is perfect gepolijst. Op eentje na. ‘Deze wil ik nog overnieuw laten doen, want je ziet dat de structuur van het polijstwerk vervaagd is’ licht Jacobs toe. Ik knik, maar moet nogmaals kijken. ‘Zie je wat ik bedoel? Dat stoort me mateloos’, aldus de eigenaar. Ik kijk nog eens een keer en knik vriendelijk, ter beaming. Ik zie nu wat ‘ie bedoelt en verbaas mij over het feit dat Jacobs de lat wel érg hoog legt. De velg ziet er optisch nét zo onbeschadigd uit als de andere drie exemplaren. ’t Venijn zit ‘m in de polijstgroeven rond het hart van de aluminium velg. Die zijn wat minder duidelijk als bij de andere drie velgen. Het interieur is nieuw, fris en Mitsubishi. In het oog springt de turbodrukmeter in de middenconsole als extra, doch noodzakelijk accessoire. De kilometerteller verraadt een schamele18.000 kilometer. ‘Na de restauratie heb ik ‘m op nul laten zetten. Dat vond ik leuker’, verklaart Jacobs de bijkans maagdelijke tellerstand. Ook onder de motorkap toont alles frisser dan fris. Appendages, schroefjes en aanverwant bevestigingsmateriaal is nieuw en niet verroest of geoxideerd. De details maken de auto en Jacobs heeft het detailleren van auto’s kennelijk niet uitgevonden, maar verbeterd.

De restauratiewerkzaamheden zijn keurig gevat in een plakboek. Zoon Cliff blijkt de curator van alle aanwezige documentatie te zijn. Johnny kocht de auto zeven jaar geleden en op basis van de foto’s concludeer ik dat de auto ten tijde van de aanschaf meer weg had van een broedplaats voor kippen dan van een exclusieve Lancer Turbo. ‘Er zat niet veel meer in, maar het meeste had ik nog op de plank liggen’ verklaart de eigenaar zijn project. ‘Ik kon er dus meteen aan beginnen’. Johnny’s zwarte Lancer 2000 Turbo is op 8 januari 1982 door de dealer geleverd aan de eerste eigenaar in Bunnik. De auto kostte destijds 37.000 gulden, wat een godvermogen was voor een dergelijke auto. Deze man heeft er enkele jaren in gereden waarna de Mits bij de tweede eigenaar belandde. Deze verkocht de auto uiteindelijk aan een andere liefhebber, welke de auto een tijdje in de schuur parkeerde. In 2003 sloeg Johnny zijn slag en werd de auto zijn eigendom.



Er zat dus niet veel meer op en aan de Lancer toen de auto huize Jacobs betrad. En wat er dan nog op zat werd er nog Johnny van afgehaald ook. Restaureren doe je grondig en anders niet, was het devies. Jacobs kwam behoorlijk wat roest tegen aan onder andere spatbordranden en bodemplaat. Dat werd allemaal grondig aangepakt en ook de plaatdelen, inmiddels schaars geworden, werden allemaal vervangen. Zelfs de knipperlichten en de koplampen moesten wijken voor splinternieuwe exemplaren. Nadat de complete carrosserie in de epoxy gezet was kwam het op het bepalen van de uiteindelijke kleur aan. Veel keuze had Johnny niet, want de Lancer was maar in twee kleuren leverbaar destijds, en het moest origineel blijven. “Dan maar zwart, want dat spreekt meer dan wit” beargumenteert de eigenaar zijn keuze. Toen de auto zijn definitieve kleur had gekregen begon fase twee van het restauratieproject: het motorblok. Dit werd geheel gereviseerd, waarbij ook de originaliteit van het bevestigingsmateriaal niet aan de aandacht ontsnapte. Alle moertjes en schroefjes ondergingen dezelfde behandeling, zodat zij de originele kleur weer kregen. Het zijn doorgaans deze details die een restauratie laten slagen en Johnny Jacobs heeft dat goed in de gaten gehad. Fase drie betrof het interieur. Dat ging er wederom origineel in, zodat de auto werd afgebouwd conform de fabrieksspecificaties. Slechts één detail is niet origineel: de uitlaatdemper is van een ander merk. Originele uitlaatdelen zijn simpelweg niet meer te krijgen. Jacobs heeft al het mogelijke gedaan maar uiteindelijk besloten een Simonsdemper te monteren en de zoektocht te staken. Ach, je moet maar zo denken: geen mens die het ziet, op de mensen in de werkplaats na. En dat is toch meestal Johnny Jacobs zelf.

Het resultaat mag er zijn. De auto oogt snaarstrak in het plaatwerk en het interieur is fris, schoon en vertoont hoegenaamd geen gebruikssporen. De motorruimte is schoner dan de vloer van de Ridderzaal op Prinsjesdag. Jacobs is wél kwistig met de siliconenspray geweest, waardoor de meeste appendages vettig zijn en flink glimmen. ‘Ja, dat vind ik fris tonen en het doet ’t altijd goed op shows’ zegt Jacobs. Mij lijkt het vooral vuil aan te trekken en dus meer werk op te leveren, maar ergens bekruipt mij het idee dat Jacobs dit helemaal niet erg vindt. Dan is er tenminste iets te poetsen aan de Lancer.



Johnny laat mij liever niet in zijn auto rijden. Okay, tijdens de fotoshoot mag ik de auto even verplaatsen, maar dat is maximaal een meter of vier, vijf. Cliff had me er voor gewaarschuwd. ‘Pa laat niemand in de Lancer rijden’ was zijn resolute stelling in de mail. Nou ja, dan vraag ik het ook niet natuurlijk. Ik ben uitermate netjes opgevoed dus ik ben wars van schofferen. Ik kan me er ook wel iets bij voorstellen. Gelukkig heb ik in het verleden ooit eens met de Lancer 2000 Turbo van Edwin Wils mogen rijden. Wils staat bekend als dé Lancer Turbo-goeroe van Nederland en bezit er twee: een originele zwarte zoals Jacobs ook heeft en een exemplaar in rallytrim. Ik heb met het zwarte exemplaar gereden destijds. De puurheid van de auto is mij bijgebleven. Een snelle compacte sedan zonder elektronische beperkingen en met een behoorlijk turbogat. Achterwielaangedreven en dus redelijk kwispelig in iets te snel genomen bochten. Die overstuur is overigens op een zeer gemakkelijke manier op te roepen en op te vangen. De auto verrast alleen de niet-geoefende bestuurder door het fors inkomende vermogen als de turbo mee gaat blazen. Maar zodra je weet wat er gaat gebeuren is de Lancer een perfect handelbare auto. De stoelen zitten straf en comfortabel en passen goed bij het sportieve karakter van de auto. Iets meer gekuipt had best gemogen, maar dat is slechts een optische wens. Door zijn relatief lage eigen gewicht is de uiteindelijke snelheidsbeleving in de Lancer fenomenaal te noemen.

Wat komt er na de Lancer? Vraag ik aan Jacobs. Het is een uitermate logische vraag met een nét zo logisch antwoord. ‘Niets’ aldus Jacobs. ‘Deze Mitsubishi Lancer houd ik mijn leven lang. De Saab hou ik er bij voor dagelijks vervoer. Het kan zijn dat die zomaar het veld gaat ruimen voor wat anders. Maar de Lancer blijft’. De stelligheid waarmee Jacobs dit zegt is tekenend voor zijn enorme liefde voor de auto. Deze zwarte 2000 Turbo staat in 2032 nog op het tuinpad van Johnny Jacobs. En in dezelfde staat van onderhoud. Ik ben daar nét zo zeker van als dat Radko Mladic de komende twintig jaar nog in Den Haag zal wonen.

_________________
If you did'nt drive a Celeste, you did'nt live.

Just drive thil there is nothing left to drive in

graafie
Admin

Man Leeftijd : 27
Woonplaats : Zwolle

http://mitsubishicelestehobbyclub.jimdo.com/

Terug naar boven Go down

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven

- Soortgelijke onderwerpen

 
Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum